Een geboorte

Met nog maar vijf weken te gaan voor de uitgerekende datum komt de geboorte van kleine Fiene wel heel dichtbij. Ik probeer er niet teveel aan te denken, want dan slaan de zenuwen toe: Zal het lang duren? Hoeveel pijn zal het doen?
Tv programma’s over bevallen hoef ik dus écht niet te zien en bevallingsverhalen hoor of lees ik liever ook niet; ik ken de theorie, de praktijk moet maar even wachten tot het allemaal zover is.

Zaterdag was ik echter onverwachts getuige van een bevalling. En ik was niet de enige die stond te kijken: ouders met kinderen waren er, en sommige volwassenen maakten veelvuldig foto’s. Iedereen keek gefascineerd toe hoe de moeder, helemaal zonder hulp, haar kleintje ter wereld zette.
Eerst leek er een hele tijd niets te gebeuren. De moeder kermde en kreunde. Er leek wel al iets uit te zijn, maar pogingen tot persen leverden vooralsnog niet veel op.Moet niemand haar gaan helpen? vroeg ik me af. Wat nou als het fout gaat? Maar niemand deed iets.
Na nog een paar keer persen kwam er eindelijk schot in de zaak. Een hoofdje kwam tevoorschijn! Onmiddelijk begon het kleine koppie te bewegen, de oortjes flapperden heen en weer. Nog een keer persen, en ook het lijfje werd geboren. De wereld was weer een geitje rijker.
Een paar minuten later stond het beestje al en was de moedergeit bezig het kleintje schoon te likken.

Prachtig om te zien hoe de natuur in zijn werk gaat. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En dat is het eigenlijk ook! Maar dat wil niet zeggen dat ik niet allemaal héél spannend vind…

Gepost in Zwangerschap | Reageren uitgeschakeld

Animo

Ik was een jaar of elf en mijn vader was met wat vrienden aan het huis aan het werk. Tussen de middag aten ze dan hun lunch aan de eettafel in de woonkamer. Gezellig, want die bouwvakkers zijn zo gek als een deur. Geen serieus woord wordt er gesproken.
Tegen het einde van de lunch vroeg mijn moeder of ik een pakje shag voor haar wilde gaan halen. Daarvoor moest ik altijd naar de Formule Shop, naast de Albert Schweitserbrug.
Ik trok mijn jas aan om te gaan, toen een van de vrienden van mijn vader zei: ‘Neem gelijk een doosje Animo voor me mee.’
‘Oké, geef maar geld,’ zei ik gelijk, zonder vragen te stellen.
Hij gaf me vijf gulden mee.
In de winkel stond een vrouw van tegen de dertig, die op mijn aanvraag het pakje shag pakte, wat je in die tijd als elfjarige gewoon nog mee kreeg. Daarna vroeg ik haar om een doosje Animo.
Ze draaide zich weer om naar de wand met rookwaren, maar pakte uiteindelijk niets.
Vragend keek ze me aan.
‘Hoe heette het?’
‘Animo.’
Ze keek nog eens goed, maar haalde toen haar schouders naar me op.
‘Volgens mij hebben we dat niet. Wat is het precies?’
Ik moest toegeven dat ik dat eigenlijk ook niet wist.
Toen ik bij thuiskomst vertelde dat het niet gelukt was met de Animo, lachten de mannen.
Ik stak de vijf gulden naar de man uit, maar hij wilde er niets van weten.
‘Houd maar,’ zei hij.
‘Maar wat is Animo dan?’ vroeg ik. Ik begreep er nog steeds niks van.
‘Animo betekent zin,’ zei hij. ‘Ik heb geen zin meer om te werken.’

Af en toe denk ik nog eens aan dat doosje Animo. Het zou toch best handig zijn als je dat gewoon in de winkel kon kopen.

Gepost in Geen categorie | Reageren uitgeschakeld

Blauw bloed

Soms kom je van die mensen tegen, die op ieder moment van de dag een grote lach op hun gezicht hebben. Je vraagt je af waar ze toch zoveel plezier om hebben.
De vrouw die voor me stond was van middelbare leeftijd, had halflang, blond haar en de desbetreffende lach. Ze kocht een boek over handwerken en keek me daarbij vrolijk aan.
Ik voelde me ongemakkelijk, omdat ik de vrouw al eerder had gezien en ik wist dat ze ook wel van kletsen hield. En ja hoor:
‘Wat een mooi shirt heb je aan,’ zei ze, doelend op mijn jurkje, wat ze door de toonbank die tussen ons in stond niet volledig kon zien.
Het compliment verbaasde me, want het was een heel simpel, effen kobaltblauw jurkje, met korte mouwen. Maar het leek me het beste om daar niet met haar over in discussie te gaan, dus ik bedankte haar.
Maar daarmee was de kous nog niet af: Op zondagavond, vertelde ze, keek ze altijd naar Blauw Bloed; een programma over het koningshuis. En ze had het over een foto van de koninklijke familie, waarop de prinsessen allemaal gekleed waren in kobaltblauw. Dat vond ze zó mooi.
‘En nu sta jij hier,’ zei ze glunderend. ‘Net een prinses.’
Ik lachte en knikte naar haar, terwijl ik haar het tasje met haar boek erin overhandigde. Na me een fijne dag gewenst te hebben, ging ze eindelijk weg.
Ik lachte en vond het jammer dat mijn collega er niet was, om de pret met haar te delen. Gek mens.
Ik keek naar beneden, naar het blauwe jurkje. Vreemd, het kwam me ineens toch mooier voor; Ik voelde me speciaal.
Een prinses…

Gepost in Het leven, In de winkel | Reageren uitgeschakeld

Het belangrijkste in het leven

Voor Sinterklaas kreeg ik ‘Hét zwangerschapsboekje’ cadeau: een leuk boekje met vragen aan de aanstaande ouders over de zwangerschap en het ouderschap.
Naast vragen als: Welke dingen mis je die je niet mag doen nu? En: Zorgt papa goed voor je? is er ook de diepzinnige vraag: Wat is volgens jou heel belangrijk of het belangrijkste in het leven?
Ondanks de gewichtigheid van de vraag had ik het idee dat ik er wel aardig antwoord op kon geven: “Doen wat je leuk vindt en wat goed voelt; luister naar je hart en naar je lichaam.”
Ook schreef ik iets over praten over je gevoelens en goed eten en bewegen om je goed te blijven voelen. En natuurlijk: geld is niet belangrijk.

Allemaal goedbedoelde en belangrijke adviezen. Maar hoe goed houd ik me daar zelf aan?
Sinds ik in april 2009 stopte met programmeren, maak ik me zorgen over de hoeveelheid geld die ik binnenbreng. Werken in een winkel is leuk, dat wel, maar veel levert het niet op. Bovendien weet ik dat ik best meer kan. Maar wat wil ik dan? Wat vind ik leuk? Mijn hart roept van alles, maar ernaar luisteren is moeilijk.
Goed eten is iets waarvan ik in ieder geval weet hoe het moet, alleen blijven snoep en chocolade een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij hebben. Die wedstrijd is al verloren voordat hij goed en wel begonnen is.
En bewegen: tja, nu ik niet meer werk, komt daar ook niet veel meer van. Behalve als zwangerschapsyoga onder de noemer bewegen valt?

Het is duidelijk dat we tegenwoordig dondersgoed weten wat belangrijk is, maar ernaar leven blijkt toch nog moeilijk te zijn.

Pas nu ik mijn baan kwijt ben en ik een uitkering heb, begin ik mijn geldzorgen los te laten. Ik deel mijn tijd in rondom dingen die ik leuk vind en niet om wat ik moet doen. Ik doe het lekker rustig aan, want daar vraagt mijn zwangere lichaam om. En tussen al het snoepen door dwing ik mezelf om een appel te eten en sinaasappelsap te drinken.

Misschien is er dan toch nog hoop..

Gepost in Het leven, Zwangerschap | Reageren uitgeschakeld

Een meisje?!

Na de twintig weken echo heb ik even moeten wennen:
‘Het is een meisje,’ zei de mevrouw die de echo uitvoerde.
Dat is best gek als je al 16 weken in volle overtuiging bent dat het een jongen is. Maar de echo liet echt twee streepjes zien: de schaamlipjes.
In de auto terug naar huis belde ik mijn moeder op, die vol ongeloof reageerde; ze had voor het eerst geen gelijk.
‘Maar,’ zei ik, proberende om haar en mijn eigen gevoel te verdedigen, ‘die mevrouw zei ook dat ze het weleens mis hebben, en dat het het meest voorkomt dat ze zeggen dat het een meisje is en dat het een jongen blijkt te zijn.’
Zo wordt twijfel geboren.
‘Ze zei ook wel, dat als het toch een jongen was, hij nu wel een erg kleine piemel had.’
Ik lachte erbij. Het zou zielig zijn, maar ja, het kan wel..

De weken daarna kon mijn moeder er maar niet over uit dat het een meisje was:
‘Ik zit er nooit naast.’
Ook ik durfde niet gelijk naar de winkel te rennen om meisjeskleren te kopen.
Toen ik mijn moeder vertelde dat je ook een geslachtsbepalende echo kunt laten doen, gewoon hier in Alphen, zei ze gelijk: ‘Maak maar een afspraak.’
Zo kwam het dat we vandaag een extra echo lieten maken bij Baby Dream.
Best wel uitgebreid kregen we de baby weer te zien, en van allerlei hoeken, om zo een goed beeld te krijgen.
‘Volgens mij heb ik het al gezien,’ zei de vrouw, ‘maar de beentjes zitten wat in de weg, dus ik wil het eerst zeker weten.’
De vrouw kletste honderduit. Over haar eigen kleinkinderen, over waarom mijn placenta aan de voorkant ligt, over van alles en nog wat.
Na haar ervan verzekerd te hebben dat ik een geboortekaartje opstuur, stonden we drie kwartier later weer buiten, met twee tassen babyspulletjes en vijf foto’s. Met op een paar van de foto’s het bewijs: Het is een meisje!

Gepost in Zwangerschap | Reageren uitgeschakeld

20 weken

Inmiddels zijn we op de helft. De 20 weken zijn bereikt.
Alweer een paar weken kan ik de baby voelen bewegen. Eerst zachtjes: kleine prikjes en het gevoel alsof het langs de wand glijdt. Maar de schopjes worden steeds krachtiger.
Ik word steeds gelukkiger met de zwangerschap en steeds nieuwsgieriger: Hoe zou het daarbinnen gaan? Hoeveel is de baby gegroeid sinds we het op de echo zagen, vandaag precies elf weken geleden? En natuurlijk: Is het een jongen of een meisje?
De Chinese kalender zegt dat het een jongen is. Ook mijn moeder zei gelijk dat we een jongen krijgen. En mijn moeder heeft altijd gelijk, in ieder geval wat baby’s betreft.
Nu ik de baby een tijdje voel, begin ik een patroon te herkennen. Op dagen dat ik werk is het rustig in mijn buik, meestal ook ‘s avonds als ik op de bank zit. Maar in het weekend, als ik besluit een rustig dagje te houden, begint het gestuiter: Van links naar rechts, van onder naar boven.
En hij/zij is niet de enige: Mijn lieve mannetje grijpt de rustige momenten aan om als een gek door het huis te gaan stuiteren. Opruimen, poetsen, klussen. Ik ben mijn spullen kwijt, omdat ze op een andere plek liggen, of de huiskamer ligt vol jassen, omdat de hal een verfje krijgt.
Het is duidelijk dat de baby op vader lijkt, en omdat het vaak de jongens zijn die naar hun vader aarden, zal het dus wel een jongetje zijn.
Zometeen om kwart over een hebben we de 20 weken echo. Hopelijk weten we dan wat er daarbinnen gaande is.

Gepost in Zwangerschap | Reageren uitgeschakeld

Levenslessen

Voor de toonbank stonden drie meiden van een jaar of dertien.
De meisjes links en rechts hadden lang, donker haar, de middelste had schouderlang rood haar met een sjaaltje eroverheen gebonden. Zij kocht een boek over Manga tekenen.
Stuk voor stuk legde ze het benodigde geld neer op de toonbank: Een briefje, een munt, nog een munt.
Het linkermeisje stond haar bij, door op te noemen hoeveel ze al had. Vijf, zeven, acht.
‘En dan krijg je nog vijf centjes terug,’ zei ze.
Daar moesten de andere twee om lachen.
‘Centjes, dat is zo kinderachtig,’ zei de koopster. ‘Je bent toch geen klein meisje meer?’
Daarop ontstond en discussie. Het linkermeisje was al wel een vrouw, vond ze zelf, haar hoofd opgeheven en een lach op haar gezicht, maar:
‘Jij bent wel echt een meisje,’ zei ze tegen het roodharige meisje. Deze keek haar verontwaardigd aan en wilde tegen gaan sputteren.
‘Ik weet het, ik weet het!’ Het rechtermeisje wilde ook iets inbrengen: ‘Als je achttien bent,’ zei ze bedachtzaam, ‘dan ben je een jongen..’

Gepost in Geen categorie | Reageren uitgeschakeld

Exposure

Tijdens het zappen kom ik de publieke omroep tegen. Er is een programma bezig over een kunstwerk dat binnenkort wordt onthult op de strekdam aan de kust van Lelystad. Een beeld van wel 26 meter hoog. De documentaire volgt de opbouw van het beeld en geïnteresseerd blijf ik kijken.
Het beeld is samengesteld uit 1800 staven en bestaat volledig uit metaal. De kleur van het hele ding is dan ook niets anders dan die van zilverkleurig metaal. Tussen de staven door, kun je de lucht en de zee zien.
Ik bekijk het eindresultaat maar kan maar niet zien wat het moet voorstellen. Omdat je er doorheen kunt kijken, is er bijna geen vorm in het beeld te herkennen. Ik vind het maar een lelijk ding. Kaal en koud.
Pas op het moment dat de bouwkundigen een 3D weergave laten zien op een computer, begrijp ik wat het is: een gehurkte man. Ik neem mijn tijd om ernaar te kijken. Nu ik het gehurkte lichaam in de zojuist nog stalen brei heb ontwaard, is het bijna onmogelijk om het er niet meer in te zien, maar ik twijfel nog over de schoonheid van het kunstwerk.
Dan wordt er verteld dat het werkstuk, Exposure genaamd, gevormd wordt door vijfduizend onderdelen, die stuk voor stuk een unieke lengte en positie hebben. Vijfduizend onderdelen. Allemaal verschillend. Ik bekijk het kolosale beeld nog eens. Creatief is het, gecompliceerd. Maar mooi?
In een kort filmpje aan het eind van het programma zie ik het kunstwerk nog eens staan. In de omgeving is niets anders te zien dan lucht en water, waardoor het beeld alleen maar groter lijkt dan zijn enorme 26 meter. In het filmpje wordt een hele dag versneld afgespeeld. Het veranderende licht heeft duidelijk effect op de uitstraling van het beeld:
Overdag, in vol licht, is het een man die uitkijkt over de voorbij rijdende fietsers en het vaarverkeer. Een beschermheer die alles in de gaten houdt, er altijd is.
Tijdens grijs, druilerig weer is het een verdrietige, eenzame man, zonder plek om te schuilen, ineengedoken tegen de kou en de regen.
Maar wanneer de schemering komt, en het licht oranjerood door zijn lichaam schijnt, vind ik het kunstwerk pas echt mooi. Een man die na een drukke dag de rust heeft opgezocht, als enige nog bij het water, en volmaakt gelukkig met de schoonheid van het uitzicht.
Wat een prachtig beeld.

Bekijk de website over Exposure
Dit stuk schreef ik als onderdeel van de cursus Column Schrijven die ik volg bij Parkexpressie in Alphen aan den Rijn.

Gepost in Geen categorie | Reageren uitgeschakeld

Oren

Een huiselijk tafereeltje: Avond. Een bank. Een jongen en een meisje.
De vingers van de jongen prikken in de rug van het meisje. Ondanks dat hij de hele dag als fysiotherapeut heeft gewerkt, kan hij het niet laten ook nu gespannen spieren op te zoeken en er druk op uit te oefenen. Het meisje schudt de hand van zich af en geeft een klap op het bovenbeen van de jongen.
‘Genoeg.’
Even kijken ze rustig naar de tv. Dan draait het meisje haar hoofd om naar de jongen. In zijn oor ziet ze een stukje huid liggen. Haar vinger steekt ze automatisch naar binnen; het vlokje hoort daar niet. Het zit vast, merkt ze. Ze pulkt. Één keer, twee keer, drie keer. Tot de jongen zijn hoofd wegtrekt.
‘Au.’
Een paar minuten lang zijn de ogen weer gericht op de tv, tot het meisje het pulken nog eens probeert en de huidschilver eindelijk loskomt. Ze wipt het uit het oor.
Voldaan kan ze nu het tvprogramma afkijken.

Een paar dagen later zit het meisje in de Interliner. Zelfs op dit late tijdstip stappen er veel mensen in. Het meisje kijkt niet op van haar boek als een man op de stoel naast haar gaat zitten. De bus komt weer in beweging. Het meisje kan de verleiding niet weerstaan om even opzij te kijken. Nog voor ze de man goed en wel in zich op heeft kunnen nemen, valt haar iets op: In het oor van de man zit iets wits, dat wordt vastgehouden door de donshaartjes binnenin. Ze staart ernaar; het hoort daar niet.
De arm van het meisje gaat al omhoog, ze ziet het vanuit haar ooghoek.
‘Niet doen,’ fluistert ze haar ledemaat toe en ze brengt hem weer naar beneden. De man kijkt haar verbaast aan. Het meisje glimlacht naar hem en buigt zich zelfbewust weer over haar boek. Maar ze kan zich niet concentreren, ze denkt aan het witte pluisje in de gehoorgang van de man. Het lijkt wel alsof het meisje niks meer kan doen voor het daar weg is. Ze ziet voor zich hoe de man straks de bus verlaat met het ding nog in zijn oor. Hij draagt het helemaal mee naar huis, waar hij waarschijnlijk zijn oren niet zal schoonmaken, voordat hij naar bed gaat. Dan ziet het meisje de man liggen. Hij gaat nog niet gelijk slapen, eerst praat hij nog wat met zijn vrouw. Dan ziet het meisje voor zich hoe de vrouw het pluisje opmerkt. De vrouw gebruikt haar pink om het naar buiten te scheppen en dan is het weg. Het beeld van de man en vrouw verdwijnt.
Het meisje zucht opgelucht. Ze kan weer verder lezen.

Gepost in Geen categorie | Reageren uitgeschakeld

Nieuwe geluiden

Ik word wakker van het gejank van een kat. Quibus, denk ik, of Excalibur. Zit er één klem? Heeft één van de twee zich bezeerd aan een omgevallen plank? Ik blijf nog even liggen luisteren. Nog meer gejank. Het klinkt helemaal niet als een kat van mij. Ik glij uit mijn bed en trek het gordijn opzij. Het geluid klinkt weer, maar nu heeft een andere gehuil zich erbij gevoegd. Achter het huis van de overburen zit een donkergrijze kat op een tuinstoel, met voor zich op de grond een zwart-witte kat. Ze staren naar elkaar.
‘Doe eens wat!’ roep ik nog.
De beesten bewegen niet. Ik moet denken aan de tijd dat ik nog bij mijn ouders woonde, in een hoekhuis. Onder mijn slaapkamerraam waren de katten ook regelmatig aan het vechten of maakten krolse geluiden.
Even later komt de overbuurvrouw naar buiten en is de zwart-witte kat verdwenen. Dan ga ik weer in bed liggen en doe mijn ogen dicht.
Ik hoor nog meer: een klap, gepiep. Is dat beneden? Toch iets met de katten? Of is er een inbreker?
Gisteren hadden we het nog over een bordje van Kristan, waar een foto van een hond op staat, met de tekst: Je suis de garde. We grapten dat we de foto wilde vervangen met een van de katten, en het ding dan bij de deur op gingen hangen.
Ondanks mijn ongerustheid blijf ik liggen; het zal allemaal wel meevallen. We moeten gewoon wennen aan de nieuwe geluiden van een nieuw huis.

Gepost in Geen categorie | Reageren uitgeschakeld